De arbeidsonderzoeker
Na een ziekte of ongeval kunnen mensen blijvend beperkt zijn in hun functioneren. De arbeidsonderzoeker brengt in kaart wat iemands mogelijkheden en beperkingen zijn op het gebied van werk. Dat gebeurt door middel van een arbeidsdiagnostisch onderzoek. Zo’n onderzoek duurt vijf weken, waarin mensen twee dagdelen per week bij Zintens komen. In die periode ontwikkelt de arbeidsonderzoeker een goed beeld van iemands mogelijkheden en beperkingen. Dat doet hij of zij door diverse opdrachten en testen te laten uitvoeren en daarbij goed te kijken en te luisteren. De arbeidsonderzoeker kijkt goed wie hij of zij voor zich heeft, wat de achtergrond en het arbeidsverleden van diegene is, en welke beperkingen er zijn. Aan het eind van een periode is het voor de arbeidsonderzoeker duidelijk of iemand geheel, gedeeltelijk (of met aanpassingen) of niet meer kan terugkeren naar zijn werk.