Behandelfases

Behandelfases

Uw behandeling bij Klimmendaal bestaat uit 5 fases:

  1. Aanmeldingsfase
  2. Observatiefase
  3. Behandelfase
    1. Pre-prothesefase
    2. Prothesefase
  4. Afrondende fase
  5. Nazorgfase
1. Aanmeldingsfase

U begint altijd met een gesprek bij de revalidatiearts. In dat gesprek staat uw hulpvraag centraal. De arts doet een eerste lichamelijk onderzoek. Jullie bespreken of onze
revalidatiebehandeling past bij uw situatie. Als u in behandeling komt, komt u op een wachtlijst. U krijgt bericht wanneer uw traject gaat beginnen.

2. Observatiefase

In deze fase maakt u kennis met uw behandelteam. Samen met hen stelt u uw doelen. We bekijken wat u weer wilt kunnen en of een prothese (en zo ja welke) daarbij past. Daarnaast is het doel om u en het behandelteam inzicht te geven in uw situatie, mogelijkheden en wensen. Nadat dit duidelijk is, maken we samen uw behandelplan.

3. Behandelfase
  1. Pre-prothesefase

    Stomp stabiel
    Voordat u een prothese kunt dragen, moet uw stomp stabiel zijn. Dat betekent dat de omvang van de stomp ongeveer constant blijft en dat de wond geheeld is. Dit kan enkele weken duren vanaf de operatie en verschilt per patiënt. Deze fase noemen we de pre-prothese fase. In deze fase, waarin u dus nog geen prothese heeft, is uw therapie vooral gericht op algemene basisvoorwaarden zoals mobiliteit, spierkracht en algemene conditie. Daarnaast bent u nog bezig met het voorbereiden van de stomp op de prothese en het trainen van uw zelfredzaamheid in huis. Bij dubbelzijdige amputatie is het ene been soms sneller hersteld dan het andere: dan kunt u aan dat been eerder beginnen met een prothese.

    Stomp voorbereiden op de prothese
    Voordat uw prothesebeen een prothese kan verdragen, moet de wond van de stomp dicht zijn en de stomp moet een bepaalde druk kunnen verdragen. Deze druk wordt steeds verder opgebouwd onder begeleiding van de fysiotherapeut en de ergotherapeut. In de meeste gevallen draagt u ook een liner: deze rolt u af over uw stomp en geeft een gelijke druk. Sommige patiënten dragen geen liner, maar krijgen een elastische stompkous. Dit geeft hetzelfde effect. Verder is het belangrijk dat het geamputeerde been blijft bewegen om mobiliteit te behouden.

    Trainen van zelfredzaamheid in huis
    Het belangrijkste tijdens de revalidatie is dat u leert uzelf thuis goed (en veilig) te redden. Denk hierbij aan voortbewegen in en om het huis en allerlei dagelijkse activiteiten zoals: koffie zetten, de was doen en naar het toilet gaan. Deze activiteiten oefent u samen met de ergotherapeut. Bij dubbelzijdige amputaties wordt extra aandacht besteed aan zelfredzaamheid vanuit een rolstoel. Dit komt omdat veel mensen met een dubbelzijdige amputatie meer uren in een rolstoel zitten dan staan of lopen met protheses.

  2. Prothesefase

    Gipsafdruk
    Op het moment dat de stompomvang constant is en de wond goed geheeld is, komt u op het technisch spreekuur. Samen met de revalidatiearts, instrumentenmaker en een fysiotherapeut wordt beslist welke prothese het beste bij u past. Daarna maakt de instrumentenmaker meestal een afdruk van uw stomp met gips. Deze gipsafdruk is een perfecte kopie van uw stomp en is de basis voor de uiteindelijke koker. Afhankelijk van het niveau van uw amputatie, krijgt u een proefkoker of meteen een definitieve koker. Voor amputaties door het onderbeen of door de knie maken we meteen een definitieve koker. Voor amputaties door het bovenbeen beginnen we altijd met een proefkoker.OefenprotheseTijdens het oefenen met de oefenprothese, slinkt de omvang van uw stomp nog. De ruimte die daardoor ontstaat in de koker wordt tijdelijk opgevuld, totdat u een nieuwe oefenkoker krijgt. Op het moment dat uw stomp weer een constante omvang heeft, wordt een definitieve koker aangemeten. Lees meer over protheses.

    Definitieve keuze
    De prothesekeuze maakt u in overleg met onze professionals. Er zijn allerlei soorten prothesekokers en protheseonderdelen. Uw definitieve keuze hangt af van uw hulpvraag en mogelijkheden. Tijdens het trainen met een prothese, moet u wennen aan de druk die de koker geeft op de stomp. Geef tijdens het trainen duidelijk aan wat u ervaart. Dan kan de koker nog beter passend gemaakt worden.

    Dubbele bovenbeenamputatie

    Bij een dubbele bovenbeenamputatie, is het de vraag of lopen haalbaar is. Tijdens de keuze van een prothese kunt u, als het lopen niet mogelijk is, kiezen voor protheses met een cosmetisch doel. Zijn er voor u wel mogelijkheden om weer te gaan lopen en zijn uw beide stompen belastbaar genoeg? Dan start u in deze fase voorzichtig met de opbouw naar het lopen toe. Bespreek uw mogelijkheden met uw revalidatiearts. Bij een dubbele beenamputatie waarbij het amputatieniveau op de knie of lager ligt, wordt in de prothesefase per been een gipsafdruk van de stomp gemaakt.

    Trainen
    U start binnen de therapie met het dragen van en lopen met de prothese. Hoe lang u de prothese draagt en loopbelasting bouwen we langzaam op. Dit hangt af van hoe de stomp reageert op deze belasting. U leert dan onder andere de prothese aan en uit te trekken. Lees meer over protheses.

    Lopen met de prothese
    Iedere patiënt is anders en bereikt een ander niveau van lopen. De nadruk van uw training ligt op het bereiken van een bepaalde loopafstand en kwaliteit van lopen. En op het gebruiken van de prothese in uw dagelijks leven. Het niveau van het lopen hangt af van: uw spierkracht, draagcomfort, bewegingsvaardigheden, angst en algemene conditie. Lopen met een onderbeen- of knieprothese kost 25 tot 50 % meer energie dan lopen zonder prothese. Lopen met een bovenbeenprothese kost 50 tot 100 % meer energie dan lopen zonder prothese en voor lopen met 2 protheses is dit 150 tot 200%.

    Uw hulpvraag
    Aan het begin van uw revalidatietraject stelt u een doel dat u wilt bereiken na revalidatie. Dit noemen we uw hulpvraag. Tijdens de revalidatieperiode blijken uw hulpvraag en bijbehorende doelen wel of niet haalbaar. Daardoor kan uw hulpvraag veranderen. Tijdens uw revalidatie kijken we voornamelijk naar wat u weer moet kunnen om zelfstandig veilig thuis te functioneren met een prothese. Eventueel met loophulpmiddel: bijvoorbeeld een rollator, looprek of (elleboog)krukken. Afhankelijk van uw situatie, mogelijkheden en hulpvraag komt ook het gebruik van de prothese buiten uw huis, in werk, vervoer en vrije tijd aan bod.
4. Afrondende fase

In deze fase bereidt u zich voor op een zelfstandig leven. U gaat aan de slag om wat u geleerd heeft toe te passen in uw eigen uw woon-, werk- en leefomgeving. We bouwen de begeleiding vanuit Klimmendaal af. Daarbij houden we aandacht voor het gebruik van hulpmiddelen en uw gezondheid.

5. Nazorgfase

Als uw traject is afgelopen komt u na een aantal maanden op controle bij de revalidatiearts. Als u eerder vragen heeft kunt u deze uiteraard altijd stellen.