CARAS

Arm/handtraining na een beroerte

Als u na een beroerte moeite heeft om uw arm en/of hand te gebruiken, is het belangrijk dat u hiermee aan de slag gaat. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat dagelijks intensief oefenen met de arm en had essentieel is. Het programma CARAS is een revalidatieprogramma met als doel het leren omgaan met uw aangedane arm en hand, het verbeteren van uw bewegingsvaardigheden en het stimuleren van het gebruiken van uw aangedane hand en arm bij uw dagelijkse activiteiten.

CARAS bestaat uit drie modules:

Module 1
De eerste module is bestemd voor mensen met (bijna) gehele verlamming van de arm en/of hand. Deze module wordt vaak al gestart terwijl iemand nog is opgenomen in de kliniek. Elke dag wordt er 1 uur geoefend. U leert in deze module zorgdragen voor uw arm en hand.

Module 2
In module 2 leert u uw aangedane arm en hand in te zetten tijdens uw dagelijkse bezigheden. Zo krijgt u meer mogelijkheden om zelfstandig te functioneren in uw eigen omgeving. Gedurende zes weken oefent u dagelijks 1,5 – 2 uur. Elke week werkt u aan een doel dat u samen met de behandelaar stelt. Dit is een activiteit die u graag beter wilt kunnen, bijvoorbeeld een boterham smeren of uit een beker drinken. Elke week begint met een onderzoek naar hoe u deze activiteit nu uitvoert. Daarna gaat u door middel van gerichte oefeningen aan de slag om uw doel te behalen.

Module 3
De laatste module is geschikt voor patiënten die hun arm en/of hand (weer) bijna volledig kunnen gebruiken. Ook in deze module werkt u zes weken lang aan uw persoonlijke doelen.

Schouderspreekuur

Tijdens het wekelijkse schouderspreekuur met de revalidatiearts, fysiotherapeut en ergotherapeut worden uw schouder en eventuele schouderklachten in kaart gebracht. Eventuele behandeladviezen of tips vanuit het schouderspreekuur worden meegenomen in oefeningen.

Klaar met CARAS. En dan?

Na afloop van het programma gaat u zelf thuis aan de slag met huiswerkopdrachten. Zo kan u het geleerde direct thuis in praktijk brengen. Uw familie of naasten worden vanaf het begin betrokken bij de training. Zij kijken regelmatig mee en leren wat nuttig is om te oefenen, zodat ze u ook ná de training kunnen helpen met oefenen.