DCD
Developmental Coordination Disorder (DCD) zorgt ervoor dat kinderen sommige bewegingen niet, of met veel moeite, kunnen uitvoeren. Onze artsen en behandelaren weten hoe zij uw kind zo goed mogelijk kunnen begeleiden bij DCD.
Wat merkt uw kind van DCD?
DCD is een coördinatiestoornis in de motoriek van een kind. Het kind kan dan sommige bewegingen niet goed uitvoeren. Dit merkt u doordat uw kind onhandig is. Of doordat uw kind activiteiten langzaam of onnauwkeurig uitvoert. Zo kan uw kind moeite hebben met fietsen, hinkelen, schrijven of knippen. Dat ziet u vooral als u uw kind vergelijkt met kinderen van dezelfde leeftijd. DCD kan ook zorgen voor andere problemen. Denk aan minder zelfvertrouwen en slechte prestaties op school. Daarom is het belangrijk om DCD vroeg te ontdekken.
Revalideren met DCD
Uw kind kan bij ons revalideren als hij of zij DCD heeft. Dat kan ook als uw kind kenmerken van deze aandoening vertoont. Bij Klimmendaal kunnen we vaststellen of uw kind DCD heeft. Kinderen met DCD kunnen bij Klimmendaal leren om hiermee om te gaan. Bijvoorbeeld door manieren aan te leren om problemen die veel voorkomen, op te lossen. Als ouder of verzorger leert u hoe u uw kind kunt helpen bij zijn ontwikkeling. Het doel is dat uw kind thuis en op school weer zo goed mogelijk kan meedoen. En dat uw kind (weer) genoeg zelfvertrouwen heeft.
Uw kind in behandeling
U en uw kind beginnen altijd met een gesprek bij de revalidatiearts. In dit gesprek staat de hulpvraag centraal. Het proces van revalideren bestaat uit vijf fases:
- U en uw kind komen voor een eerste gesprek bij Klimmendaal. Dit wordt een intakegesprek genoemd. In dit gesprek kijkt de arts of er echt sprake kan zijn van DCD.
- In de observatieperiode gaat het team uw kind onderzoeken. Hier zijn verschillende behandelaars betrokken. Zij kijken of uw kind DCD heeft. Dat doen zij bijvoorbeeld met een test die de ontwikkeling in kaart brengt. De behandelaars vergelijken de uitkomst met die van kinderen die net zo oud zijn. Het kan namelijk zijn dat de problemen door iets anders worden veroorzaakt. Het team maakt een overzicht van de sterke en zwakke punten van uw kind. Bijvoorbeeld op het gebied van fijne en grove motoriek, omgaan met emoties, gedrag, leren of praten.
- De artsen en behandelaars bespreken de uitkomsten van de observatieperiode met u tijdens een gesprek. Zij geven u dan ook advies. Zoals hoe u uw kind het beste kunt helpen. Dit advies krijgt u ook als uw kind geen DCD heeft.
- Heeft uw kind extra hulp nodig? Dan kijken we of en hoe Klimmendaal u en uw kind kan helpen. Ziet de arts dat een behandeling bij Klimmendaal nodig is? Dan gaat de behandeling van start.
- Tijdens de behandelperiode kijken we hoe uw kind om kan gaan met zijn problemen. Bijvoorbeeld door manieren aan te leren om problemen van elke dag op te lossen. Als ouder leert u hoe u uw kind kunt helpen bij zijn of haar ontwikkeling.
Hoe wordt u als ouder of verzorger betrokken?
U kent uw kind het best. Daarom vinden we het belangrijk dat u aanwezig bent tijdens de behandeling. Als u vragen heeft over de begeleiding, dan helpen wij u. Als u daar toestemming voor geeft, bellen of schrijven we naar de school van uw kind. Bijvoorbeeld om informatie uit te wisselen. Of later om de school te adviseren.
Download informatie
Ervaringen
Revalideren met DCD