Neuromusculaire aandoeningen

Neuromusculaire aandoeningen

Er zijn heel veel verschillende soorten spierziekten. De meeste zijn progressief. Dat betekent dat je steeds meer kracht verliest. De ernst en soort klachten verschillen van persoon tot persoon en van spierziekte tot spierziekte. Spierziekten zijn meestal (nog) niet te genezen maar wel te behandelen.

Revalideren met een neuromusculaire aandoening

Als je een neuromusculaire aandoening hebt, kun je revalideren bij Klimmendaal. De behandelaars van Klimmendaal helpen jou om zoveel mogelijk normaal te functioneren. Samen werken we aan een zo zelfstandig mogelijk leven. Zo trainen we onder andere je vaardigheden op het gebied van bewegen, denken en praten.

De behandeling

De behandeling begint altijd met een gesprek bij de revalidatiearts. In dat gesprek staat jouw hulpvraag centraal. Het proces van revalideren bestaat uit 3 fases:

  1. De behandeling start met een onderzoek door verschillende behandelaren. Zij kijken naar jouw functioneren en kunnen bepalen welke behandeldoelen haalbaar zijn.

  2. Na deze onderzoeken krijg je een behandelplan op maat. Dit behandelprogramma kan bijvoorbeeld bestaan uit behandelingen door een fysiotherapeut, ergotherapeut, logopedist of diëtist. Je komt voor deze behandelingen meestal meerdere keren per week naar Klimmendaal.

  3. Met regelmaat wordt getest hoe jouw aandoening zich ontwikkeld. Het behandelteam kan naar aanleiding van deze informatie de behandeling bijsturen, intensiveren of stopzetten.

Wat zijn neuromusculaire aandoeningen?

Neuromusculaire aandoeningen (NMA) is een verzamelnaam voor een groot aantal ziekten van de spieren zelf (spierziekten), of van de zenuwen die de spieren aansturen. Hierdoor kunnen de spieren niet of niet voldoende functioneren en nemen vaak verschillende lichaamsfuncties geleidelijk af. Kinderen en jongeren met deze aandoeningen hebben vaak krachtsverlies in de armen en benen. Ook kunnen ze last hebben van vermoeidheid, pijn in de gewrichten en/of spieren. Het kan ook voorkomen dat ze minder goed tegen kou kunnen, minder uithoudingsvermogen hebben en in sommige gevallen problemen hebben met slikken of ademhalen.