Wat onderzoek naar cognitieve revalidatie oplevert voor patiënten met hersenletsel
29 juli 2026
Twee psychologen over sociale cognitie en cognitieve reserve
Bij Klimmendaal doen we wetenschappelijk onderzoek om de zorg voor patiënten steeds te verbeteren. Door vragen uit de dagelijkse praktijk te onderzoeken, begrijpen we beter wat patiënten nodig hebben. Met die kennis kunnen we gerichter diagnosticeren, beter behandelen en de zorg ook in de toekomst passend en betaalbaar houden.
GZ-psychologen Lauret Geurts en Sylvia Poorthuis doen onderzoek binnen de cognitieve revalidatie. Ze werken allebei als behandelaar én als onderzoeker naar niet-aangeboren hersenletsel (NAH). Door die combinatie sluiten wetenschap en praktijk goed op elkaar aan.
“Wetenschappelijk onderzoek helpt om onderbouwde keuzes te maken in de zorg,” zegt Sylvia. “Daar worden patiënten beter van.”
Onderzoek vanuit de praktijk
In de zorg voor mensen met NAH zien behandelaren grote verschillen tussen patiënten. De een pakt relatief snel zijn leven weer op, de ander blijft vastlopen. Bijvoorbeeld in sociale situaties of bij dagelijkse activiteiten.
“Die verschillen maken ons nieuwsgierig,” vertelt Lauret. “Waarom herstelt de één anders dan de ander? En wat betekent dat voor de behandeling die we bieden?”
Dit soort vragen zijn het begin van hun onderzoeken naar twee relatief nieuwe thema’s. Vroeger werd in de neuropsychologie vooral gekeken naar welk deel van de hersenen beschadigd was. Nu kijken we steeds meer naar samenwerkingen in het brein. Als een samenwerking verstoord raakt, kunnen problemen ontstaan in gedrag, emoties of denken. Door dit breder te onderzoeken, krijgen we meer inzicht in de gevolgen van hersenletsel. Dat helpt om behandelingen beter af te stemmen.
Sociale cognitie: begrijpen wat er misgaat in contact met anderen
Sylvia onderzoekt sociale cognitie bij mensen met NAH. Dat gaat over hoe we sociale signalen waarnemen, begrijpen en erop reageren. Denk aan emoties herkennen, inschatten wat een ander denkt of voelt, en je eigen gedrag aanpassen.
“Problemen met sociale cognitie zien we vaak, maar we meten ze nog niet altijd in een neuropsychologisch onderzoek,” legt Sylvia uit. “Terwijl ze enorme invloed kunnen hebben op relaties, werk en welzijn.”
Veel bestaande tests zijn niet goed afgestemd op mensen met hersenletsel. Daardoor blijven problemen soms onopgemerkt. In haar onderzoek kijkt Sylvia hoe duidelijk wordt wat de problemen zijn, welke onderdelen van sociale cognitie vooral belangrijk zijn bij mensen met hersenletsel en wat dit betekent in het dagelijks leven.
“Alleen al uitleg kan veel verschil maken,” zegt ze. “Als iemand begrijpt dat bepaald gedrag een gevolg is van hersenletsel, ontstaat er vaak meer begrip in de omgeving. Dat kan helpen om sociale contacten te behouden.
In de behandeling kijken we samen wat nodig is om weer te leven zoals iemand dat belangrijk vindt. Soms betekent dit dingen aanpassen in het dagelijks leven of nieuwe vaardigheden leren. Zo kunnen we mensen stap voor stap opnieuw leren kijken naar gezichten, of leren hoe ze sociale situaties anders kunnen aanpakken.”
Cognitieve reserve: kijken naar iemands achtergrond
Lauret richt zich in zijn onderzoek op cognitieve reserve: hoe goed kan het brein omgaan met veranderingen of schade? Je bouwt cognitieve reserve op door dingen te doen waarbij je je hersenen aan het werk zet. Denk aan cognitieve activiteiten zoals leren, werken, lezen of puzzelen.
“In de revalidatie kijken we vaak naar wat er door ongeluk of ziekte is gebeurd in het brein,” vertelt Lauret. “Maar misschien net zo interessant is hoe iemand vóór het hersenletsel leefde. Hoe actief waren de hersenen toen? Dat zegt mogelijk veel over herstel.”
Onderzoek laat zien dat mensen met een hogere cognitieve reserve zich na hersenletsel vaak beter kunnen aanpassen. De vraag is wat deze kennis kan betekenen voor de revalidatie.
“Kunnen we de behandeling nog beter afstemmen op de persoon?” zegt Lauret. “En kunnen we realistische verwachtingen creëren, zodat de revalidatie beter past bij die persoon?”
Het onderzoek van Lauret gaat over het hele dagelijks functioneren. Niet alleen over wat iemand kan, maar ook over hoe iemand weer meedoet in de samenleving. Bijvoorbeeld met werk, hobby’s en sociale contacten.
Samen bouwen aan de zorg van de toekomst
De onderzoeken van Sylvia en Lauret vullen elkaar goed aan.
“Het is mooi dat deze onderzoeken tegelijk lopen,” zegt Sylvia. “Onze thema’s kunnen elkaar in de toekomst raken. Dan is het fijn dat we daar samen over nadenken.”
Beide onderzoeken hebben hetzelfde doel: de zorg voor mensen met hersenletsel verbeteren. Dat is belangrijk voor patiënten, maar ook voor de zorg als geheel.
“De zorgvraag groeit,” zegt Lauret. “Daarom moeten we blijven onderzoeken wat werkt. Zo kunnen we zorg zo goed mogelijk blijven inzetten.”
Samen met patiënten
Patiënten spelen een belangrijke rol in het onderzoek. Meedoen is altijd vrijwillig en vraagt extra tijd, maar levert volgens beide onderzoekers ook iets op.
“Mensen willen graag bijdragen aan betere zorg,” vertelt Sylvia. “Ik ben verrast door het enthousiasme en dankbaar voor iedereen die meedoet.”
Lauret ziet ook hoe waardevol het is om patiënten in alle fases van het onderzoek te betrekken: “Hun ervaringen helpen ons om onderzoek begrijpelijk te maken en sneller toe te passen in de praktijk. Het gaat uiteindelijk om hen, dus hun inbreng is heel belangrijk.”
Wetenschap dichtbij de zorg
De resultaten van de onderzoeken worden de komende jaren gedeeld via publicaties en bijeenkomsten, maar ook direct binnen Klimmendaal. Zo kunnen nieuwe inzichten snel worden gebruikt in de zorg.
“Dat is het mooie van werken als behandelaar én onderzoeker,” zegt Sylvia. “Je ziet meteen wat het kan betekenen voor patiënten.”
Zo staat wetenschappelijk onderzoek bij Klimmendaal dichtbij de zorg. Met als doel: patiënten met hersenletsel nu en in de toekomst zo goed mogelijk ondersteunen.
Update zomer 2026: onderzoek uitgebreid met klinische studie
De onderzoeken naar sociale cognitie en cognitieve reserve bij poliklinische patiënten verlopen goed. Inmiddels is een volgende stap gezet: in Arnhem is ook een klinische studie gestart. Daarmee onderzoeken we hoe het herstel van de hersenen verloopt in de eerste maanden na het ontstaan van hersenletsel en welke factoren daarop van invloed zijn. Door onderzoek te doen tijdens zowel de klinische als de poliklinische revalidatie, krijgen we een completer beeld van herstel na hersenletsel. Die kennis helpt ons om de behandeling steeds beter af te stemmen op wat patiënten nodig hebben.
Meer weten over de onderzoeken of meedoen?
Kijk op www.klimmendaal.nl/onderzoek-nah.