Opnieuw leren lopen: teamwork!

Opnieuw leren lopen: teamwork!

2 mei 2022

Een amputatie is een ingrijpende ingreep. Op één been ziet de wereld om u heen er opeens heel anders uit: door een amputatie is uw leven in praktische en in emotionele zin sterk veranderd. Klimmendaal is met specialistische kennis en faciliteiten uitgerust om patiënten met een beenamputatie te revalideren.

Fotos amputatie 2010 008

Ons uitgangspunt bij de behandeling is dat wij een amputatie als een ‘reconstructieve’ ingreep beschouwen, als een nieuw begin. Het doel van de behandeling is dat u weer zo optimaal mogelijk leert functioneren in uw persoonlijke leefomgeving, zowel zonder als mét prothese en dat u de amputatie emotioneel heeft verwerkt. Een heel behandelteam, onder leiding van de revalidatiearts, staat klaar om samen uw uiteindelijke functioneren op een zo hoog mogelijk niveau te krijgen. Maar hoe ziet zo’n team er nu uit?

De revalidatiearts coördineert het behandelproces, houdt zich bezig met de medische aspecten van een amputatie en controleert de stomp en de prothese met de orthopedisch instrumentmaker op het technisch spreekuur.

De fysiotherapeut richt zijn aandacht op een goede beweeglijkheid van de gewrichten, het verbeteren van de spierfunctie, de balans en de algehele conditie. In de loopbrug of met loophulpmiddelen wordt eerst het lopen met één been geoefend, maar zo snel als de wond het toelaat ook het lopen met de oefenprothese.

De ergotherapeut richt zich op uw functioneren zónder en mét prothese in uw eigen leef-, woon-, en werkomstandigheden. Te denken valt aan het uitvoeren van uw werk, het huishouden of uw hobby’s. Ook geeft de ergotherapeut u waar nodig advies over uw hulpmiddelen, zoals de aanschaf van een rolstoel en over eventuele aanpassingen, zoals die in uw woning of auto. Zo nodig vindt er een huisbezoek plaats.

De maatschappelijk werker en soms de psycholoog begeleiden u met de emotionele verwerking en acceptatie van de amputatie, met de veranderde plaats in de samenleving die door de amputatie kan zijn ontstaan en met uw eventuele terugkeer in het arbeidsproces. Uw naaste omgeving wordt bij dit alles betrokken.

De orthopedisch instrumentmaker bekijkt samen met de revalidatiearts, fysiotherapeut en ergotherapeut welke prothese voor u geschikt is. Hierbij wordt onder andere gekeken naar uw algehele conditie en de activiteiten die u weer wilt gaan doen. Daarnaast kan het zijn dat er een orthopedisch schoenmaker wordt ingezet om samen met u de juiste schoenen te ontwikkelen.

De verpleegkundige helpt klinische patiënten bij de verzorging van een eventuele stompwond en bij het goed leren omgaan met de stomp. Ook oefent de verpleegkundige met transfers (bijvoorbeeld het verplaatsen van stoel naar bed, van rolstoel naar toilet), de zelfverzorging en het vertrouwd maken met de lichamelijke verandering.

Indien gewenst kunnen bij de behandeling ook een arbeidsrevalidatietherapeut, haptonoom, manueel therapeut of bewegingsagoog worden ingeschakeld.

Fysiotherapeut Karsten Hoogenraad:

“Bij een patiënt met een beenamputatie zorgen we in eerste instantie dat iemand in de periode voordat de prothese er is de juiste informatie heeft. Vaak komt er veel op je af als je een amputatie hebt gehad. In de tweede plaats is het belangrijk dat de stomp gaat slinken. Dat proces begeleiden we met het geven van compressie op de stomp. Daarnaast werken we alvast aan het verbeteren van de mobiliteit en spierkracht. Daarna gaan we kijken wat iemand allemaal nog kan en welke prothese daar bij past. Dit is vergelijkbaar met het kopen van een nieuwe fiets: er zijn veel soorten fietsen om uit te kiezen. Je moet eerst bedenken wat je ermee wilt kunnen, en daarna maak je de keuze.

Karsten Hoogenraad

We kijken hierbij dus goed naar de hulpvraag van de patiënt. Daarna moeten patiënten ook nog ‘leren fietsen’: opnieuw bewegen met de betreffende prothese. We starten met een tijdelijke prothese. Daarmee gaan we het lopen opnieuw aanleren. Tegen de tijd dat de definitieve prothese klaar is, zijn we dan vaak al een eind op dreef. We begeleiden de patiënt tijdens de eerste fase met de nieuwe prothese. Vaak zijn er toch wat ongemakken zoals knellen of rode plekken. Dit moet allemaal geoptimaliseerd worden.

Als de patiënt gewend is aan de prothese, werken we aan het groter maken van de loopafstand, het nemen van drempels en andere zaken, afhankelijk van de hulpvraag. Wil iemand weer de hond uit kunnen laten in het bos, of is de patiënt al tevreden als hij zelf naar het toilet kan? Het is bij elke patiënt weer kijken hoe je iemand zo goed mogelijk op de been kunt krijgen.

Ik vind het heel interessant om patiënten met een amputatie te behandelen. Lopen is voor mensen zó ontzettend belangrijk. Het is een soort diepe behoefte om je te kunnen verplaatsen. Mensen zijn dan ook enorm gemotiveerd om het lopen te oefenen en ze zijn ook blij als ze weer een stukje kunnen lopen. Ik vind de combinatie van techniek en persoonlijke situatie en hulpvraag interessant, om dat goed op elkaar af te stemmen.”