Na jaren pijn koos Roy voor een amputatie: “Ik wilde mijn leven terug”

Na jaren pijn koos Roy voor een amputatie: “Ik wilde mijn leven terug”

Na jaren pijn koos Roy voor een amputatie: “Ik wilde mijn leven terug”

Roy Kusters leefde jarenlang met pijn. Door een combinatie van blessures, een aangeboren probleem met zijn kraakbeen en complicaties na operaties werd zijn leven steeds kleiner. Hij kon niet meer sporten zoals hij wilde. Niet meer de vader en partner zijn die hij wilde zijn. Uiteindelijk koos hij zelf voor een amputatie. “Het klinkt misschien gek,” zegt Roy. “Maar ik ben er blij mee. Ik wilde mijn leven terug.”

Roy Kusters

Roy is 43 jaar, getrouwd en vader van drie dochters. Hij is sociaal en maakt makkelijk contact. Sport speelt een grote rol in zijn leven. “Vroeger voetbalde ik veel en op hoog niveau. Ik wil altijd harder, verder, beter, doorgaan. Maar mijn lichaam werkte niet mee.”

Op zijn vijftiende brak Roy zijn been, net onder de knieschijf. In combinatie met een aangeboren kraakbeenprobleem werd dat later het einde van zijn voetbalcarrière.

Haal dat been er maar af

In de jaren die volgden werd de pijn steeds erger. Er volgden operaties, behandelingen en revalidatietrajecten. Soms leek er even verbetering te zijn, maar steeds kwam de pijn terug. Na een van de operaties ontstond een ernstige complicatie. Zijn been kon worden gered, maar de zenuwen waren zwaar beschadigd.

Thuis werd het steeds moeilijker. Het gewone gezinsleven ging door, maar Roy kon steeds minder meedoen. “Ik sliep slecht, had steeds meer medicatie nodig en raakte depressief. Ik leefde langs mijn gezin heen en had alleen maar pijn.”

Daarom begon Roy een revalidatietraject bij de Sint Maartenskliniek waar hij in aanraking kwam met rolstoeltennis. Sport werd opnieuw een uitlaatklep. Ook werd hij maatschappelijk vrijwilliger bij voetbalclub De Graafschap. “Dat deed me goed. Er kwam weer iets in beweging.” Roy probeerde alles: pijnbehandelingen, medicatie, nieuwe onderzoeken en operaties. “Alles om maar van de pijn af te komen. Maar steeds liep ik tegen dezelfde muur aan. De pijn bepaalde alles.”

Zes jaar geleden zei Roy voor het eerst hardop: “Haal dat been er maar af.” De artsen konden daar toen nog niet in meegaan, zagen nog andere mogelijkheden. Roy begreep dat ergens ook wel. Een amputatie is ingrijpend en niet zonder risico’s. Maar voor hem voelde het alsof alle opties langzaam opraakten.

“Ik wilde er zijn voor mijn gezin, maar dat kon niet. Als we een dagje iets deden, had ik daarna een week extreem veel pijn. Ik kon niet de vader zijn die ik wilde zijn.”

“Ik ga je helpen”

In juni 2025 werd Roy opnieuw geopereerd. Ook deze ingreep bracht niet de verlichting waarop hij had gehoopt. “Ik kon echt niet meer verder. Ik was op. Ik wilde dat been niet meer.” Daarom werd Roy doorverwezen naar een trauma-arts in het Radboudumc. “Weer een nieuw gesprek, weer mijn verhaal vertellen.” Maar toen gebeurde er iets wat hij niet meer vergeet. De arts zei: ‘Ik ga je helpen.” Hij vertelde dat amputatie nu een optie was. “Ik was zo ontzettend blij en opgelucht. Maar ik schrok ook. Ik had zo lang gevochten, zo vaak mijn verhaal verteld.”

Voor Roy was het belangrijk dat de arts erkende wat hij al die jaren had meegemaakt. Dat de pijn echt was. Dat alles geprobeerd was. “Direct na het gesprek belde ik mijn vrouw. We schoten allebei helemaal vol.”

Een warm welkom bij Klimmendaal

De dag na de amputatie kwam Roy aan bij Klimmendaal in Arnhem voor klinische revalidatie. “Vanaf de eerste tel heb ik me zo fijn gevoeld. De ontvangst bij de receptie, de verpleegkundige die me kwam ophalen, het was echt een fijn welkom.”

Roy kreeg snel een goede klik met medepatiënten. Sommige contacten groeiden uit tot vriendschappen. “We hielpen elkaar. Ik vind het fijn als ik iets kan betekenen voor een ander.”

Ook de mensen om de behandelingen heen werden belangrijk: de restaurantmedewerkers, de schoonmaak, de receptie. “Zij zijn allemaal belangrijk geweest toen ik in de kliniek was. En nu nog.”

Stap voor stap naar huis

“Aan de buitenkant leek het alsof ik snel vooruitging. Maar van binnen was ik er mentaal nog niet. Vlak voor kerst zou ik naar huis kunnen, maar die datum gaf me stress. Ik was er echt nog niet klaar voor.” Samen met het behandelteam werd de opname met twee weken verlengd. In die periode bouwde Roy het thuis zijn rustig op. Eerst een dagje, toen een nachtje, thuis met kerst, later een weekend. Zo groeide zijn vertrouwen. Zijn nieuwe doel werd: thuis zijn vóór de verjaardag van zijn dochter. Dat lukte.

Leren afremmen

Roys sportersmentaliteit hielp hem in zijn revalidatie, maar zat hem soms ook in de weg.

“Ik wilde winnen. Niet zeuren, maar doen. Maar dat bleek niet altijd de juiste weg voor mijn herstel. Ik wilde te veel te hard en ging over mijn grens.”

Bij Klimmendaal leerde Roy daarom niet alleen opnieuw bewegen, maar ook afremmen. Grenzen voelen. Rust nemen. Vertrouwen opbouwen.

Een van de momenten die Roy nooit vergeet, was de eerste keer dat hij met zijn fysiotherapeut weer kon lopen met een zogenoemde luchtzak, een hulpmiddel om veilig te steunen op de stomp. “Ik schoot helemaal vol. Het gevoel van weer kunnen lopen, pijnvrij, was onbeschrijfelijk. Toen ik achteromkeek, zag ik dat mijn behandelaar ook emotioneel was.”

Gezien als mens

Na zijn klinische revalidatie wilde Roy iets terugdoen. Hij maakte tegeltjes met daarop: “Jullie zijn onbetaalbaar, vergeet dat niet. Bedankt voor het fijne en warme gevoel.”

Hij gaf ze niet alleen aan de verpleging en behandelaren, maar ook aan de medewerkers van de keuken en de receptie. “Door hen voelde ik me echt gezien.”

Roy ging poliklinisch verder. Eerst dichter bij huis, daarna kwam hij terug naar Arnhem. “Toen ik hier voor de eerste keer weer binnenkwam, voelde het een beetje als thuiskomen. Direct bij de ingang zei de receptionist al: ‘Hé Roy, wat goed om jou weer te zien.’ Dat voelde heel goed.”

Weer meedoen

Roy mist zijn been niet. “Ik heb geen zenuwpijn meer. Een heel klein beetje fantoompijn, maar helemaal niks vergeleken met wat het was.”

Voor zijn gezin betekent het veel dat Roy weer meer kan meedoen. “Vroeger moest ik vaak zeggen: ‘Papa kan dat niet.’ Nu sta ik weer langs het voetbal- en volleybalveld om mijn dochters aan te moedigen.”

“Ik kan weer meedoen met voor mij belangrijke dingen. Bij de laatste wedstrijd van de Graafschap stond ik weer bij mijn vrienden op de sta-tribune. We hebben het gewoon geprobeerd. Dat voelde zo vertrouwd en zo lekker. Fantastisch dat dat weer kan.”

Sport blijft belangrijk voor Roy. In rolstoeltennis vond hij een nieuwe sport waarin hij zijn sportersmentaliteit kwijt kan. Inmiddels speelt hij toernooien in binnen- en buitenland. “Rolstoeltennis is voor mij veel meer dan een fysieke uitlaatklep. Ik ontmoet veel mensen, heb veel sociale contacten en kan mijn competitiegevoel erin kwijt.”

“Aan het einde van de dag is het jouw leven”

Zijn boodschap aan andere patiënten is duidelijk: geef niet op. “Voor mij was het een lang traject met veel tegenslagen. Maar blijf vechten voor jezelf en je gezin. Ga uit van je eigen gevoel. Aan het einde van de dag is het jouw leven.”
Ook aan zorgmedewerkers wil Roy iets meegeven. “Juist dat extra stapje dat mensen zetten vanuit hun liefde voor de zorg, maakt een groot verschil voor een patiënt.”