Gerrie leerde opnieuw omgaan met prikkels na twee herseninfarcten
“Voor de buitenwereld lijkt het goed te gaan, maar soms is het chaos in mijn hoofd.”
Toen Gerrie (65) haar tweede herseninfarct kreeg, wist ze meteen dat het mis was. “Ik keek ’s ochtends in de spiegel en zag dat mijn hele gezicht hing. In mijn achterhoofd wist ik het al, maar mijn hoop was: misschien voel ik me gewoon niet lekker.” Het bleek opnieuw een herseninfarct. En dit keer had het veel impact op haar leven.
Gerrie is getrouwd, heeft twee volwassen dochters en werd vorig jaar oma. Ze werkte jarenlang in een slijterij en daarnaast in de horeca. “Ik was altijd actief. Horeca, vriendinnen, reizen, sporten. Ik deed veel spontaan en vond alles leuk.” Dat leven veranderde na het tweede infarct definitief.
Gewoon doorgaan na het eerste herseninfarct
In 2020 kreeg Gerrie haar eerste herseninfarct. “Mijn man werd niet goed en viel weg. Terwijl ik hem hielp, werd ik zelf ook niet goed.” In de ambulance leek het mee te vallen en ze ging weer naar huis. Pas toen haar mondhoek later omlaag hing, stuurde de huisarts haar naar het ziekenhuis. Daar bleek dat Gerrie een herseninfarct had doorgemaakt.
De klachten trokken relatief snel weg. “Ik had wat krachtverlies in mijn arm en been, maar mijn spraak was goed. Ik kreeg medicijnen en ging weer door.” Zonder aanpassingen, want dat zou niet nodig zijn. “Ik dacht: met die pillen komt het wel goed.” Achteraf gezien had revalidatie toen al kunnen helpen.
Een tweede infarct met blijvende sporen
Eind 2024 kreeg Gerrie opnieuw een herseninfarct, dit keer met grote invloed op haar leven. Haar spraak en gezicht werden aangedaan, maar vooral de gevolgen op het gebied van prikkelverwerking bleven. “Mijn filter is weg. Geluid, licht, drukte: ik kan het niet meer goed aan. In een groep hoor ik alles tegelijk en kan ik me nergens op focussen.”
Met tijdelijk extra medicatie, een verwijzing voor ergotherapie en af en toe controles ging Gerrie verder met haar leven. Haar vermoeidheid werd onvoldoende herkend. “Iedereen zei dat ik mijn werk weer kon opbouwen, maar na een paar uur was ik kapot.”
Langzaam trok Gerrie zich steeds verder terug. “Ik sloot me af van mensen, van feestjes, van alles wat energie kostte. Ik wist niet meer wat ik moest doen.”
Bij Klimmendaal voor het eerst echt gehoord
Via de huisarts werd Gerrie uiteindelijk verwezen naar de revalidatiearts van Klimmendaal. Met weinig verwachtingen ging ze erheen. “Ik vond het spannend. Ik was bang om ook hier te horen dat ze me niet konden helpen.”
Die spanning veranderde snel in vertrouwen. “Ik werd voor het eerst echt gehoord. Mijn klachten werden serieus genomen. Ik bleek niet gek.” De behandeling startte met fysiotherapie, ergotherapie en psychologie. “De eerste keer legden de fysiotherapeut en ergotherapeut me letterlijk in bed. ‘We gaan geen therapie doen,’ zeiden ze. ‘Je bent zó moe.’ Dat vond ik heel vreemd. Ik dacht: ik kom hier toch niet om te slapen?”
Toch bleek juist dat essentieel. Gerrie leerde om meerdere keren per dag bewust te rusten. “4 keer 20 minuten. Dat voelde als aanstellerij. Ik ben van de oude stempel: hard werken, doorgaan, niet zeuren. Ik weet nu dat die combinatie van eigenschappen me heeft tegengewerkt, waar ze eerder misschien vóór me werkten.” De rustmomenten maken echt verschil voor haar hoofd en die houdt ze ook na de revalidatie vast.
Onzichtbare gevolgen
De gevolgen van het hersenletsel zijn niet altijd zichtbaar. “Voor de buitenwereld gaat het vaak goed. Maar mensen horen niet wat ik hoor. Ze zien niet wat drukte en geluid met me doen. Dat maakt dat je af en toe een masker opzet: soms bewust, soms onbewust.”
Wat vroeger vanzelf ging, vraagt nu planning. “Koken deed ik altijd op gevoel. Nu moet ik recepten meerdere keren lezen en alles vooraf klaarzetten.” Sporten in een groep lukt niet meer. “Te veel geluid, te veel prikkels. Alleen gaat beter.”
Ook sociaal moest ze leren begrenzen. “Als we visite hebben, doen we dat nu anders. Met een duidelijke eindtijd en makkelijke hapjes. Dat vraagt begrip van anderen.” Soms voelt ze de druk om toch over haar grenzen te gaan. “Dan hoor je: ‘Dat is niet gezellig’. Terwijl het me zo veel energie kost. Dat blijft uitdagend.”
Meer dan behandeling
Voor Gerrie was vooral de psychologische begeleiding waardevol. “Daar kon ik ook het verlies en de zorg rondom mijn moeder verwerken. Dat zat nog diep.” Daarnaast herinnert ze zich de lichtere momenten. “Tafeltennissen met de fysiotherapeut. Ik had het al jaren niet meer gedaan. We hebben zó gelachen.”
Ze voelde zich begrepen en gezien als mens. “Ik kon met de ergotherapeut praten over mijn passie voor eten en wijn. Het team gaf me vertrouwen: je bent niet veranderd als persoon. Er is iets gebeurd en nu mag je verder.”
Onderzoeken wat nog kan
Omdat haar werk stopte, wil Gerrie graag weten wat ze nog kan op dat gebied. “Ik ben 65, maar wil niet stilzitten. Ik doe een arbeidsdiagnostisch onderzoek bij Zintens en hoop dat bijvoorbeeld vrijwilligerswerk haalbaar is. Zorgen voor mensen zit in mij.”
Met vertrouwen vooruit
De toekomst voelt als een loterij, maar Gerrie gaat er met vertrouwen in. “In het begin was ik bang voor een nieuw infarct. Maar als je in die angst blijft hangen, heb je geen leven.” Samen met haar man kocht ze een camper. “Verre reizen zijn te druk, maar de natuur in kan wel.”
Het belang van erkenning
Wat ze andere patiënten vooral wil meegeven: trek aan de bel als je je niet gehoord voelt. En aan iedereen: “Blijf vragen en kijk verder dan de buitenkant. Mensen willen vaak wel, maar kunnen niet altijd. Vraag, luister en neem klachten serieus. Erkenning maakt zo’n verschil.”