Andries na zijn herseninfarct: “Ik ben niet kapot, wel veranderd”
Andries na zijn herseninfarct: “Ik ben niet kapot, wel veranderd”
Na zijn herseninfarct veranderde het leven van Andries (51) in één klap. Zijn werk als planner, zijn energie, zijn balans en zijn rol thuis: niets voelde meer vanzelfsprekend. Bij Klimmendaal revalideerde hij stap voor stap. Later schreef hij zijn ervaringen op in een boek met een titel die precies zegt hoe hij zich nu voelt: Niet kapot, wel veranderd.
“Ik accepteer niet wat er is gebeurd. Maar ik weet wel: ik had er geen invloed op. Langzaam leerde ik omgaan met een nieuwe versie van mezelf.”
Een herseninfarct tijdens een gewone werkdag
Andries werkte al jaren bij een taxibedrijf als planner. Structuur aanbrengen, overzicht houden, snel schakelen passen goed bij hem. Ook buiten zijn werk was hij fanatiek. Hij badmintonde, was coach en hield van snelheid. “Hoe groter de uitdaging, hoe mooier.”
De dag begon als een gewone werkdag. Andries zat achter zijn scherm, maar voelde zich niet goed. Omdat hij diabetes had, dacht hij eerst aan zijn bloedsuiker. Hij at iets, maar het werd erger.
“Ik zag ineens bijna niets meer op mijn scherm. Alles werd een grote waas.”
Toen hij tegen een collega wilde zeggen dat het niet goed ging, viel hij weg. Zijn collega handelde meteen. Toen Andries weer bijkwam, stonden de ambulancebroeders bij hem.
Eerst dacht Andries nog dat het misschien mee zou vallen. Maar toen hij iets wilde zeggen en dat niet lukte, drong de ernst tot hem door.
“Toen schrok ik pas. Zitten ging ook niet goed. Het voelde als een verdoving bij de tandarts. Ik kon mijn hele linkerkant niet bewegen.”
In het ziekenhuis volgden allerlei onderzoeken en werd Andries opgenomen op de stroke unit van de afdeling neurologie. Toen wist hij wat er aan de hand was: een beroerte, specifieker een herseninfarct. Daar lag hij een week, daarna kwam Klimmendaal in beeld.
Revalideren bij Klimmendaal na een herseninfarct
Andries startte met poliklinisch revalideren bij Klimmendaal in Ede. Drie dagen per week volgde hij therapieën, onder andere fysiotherapie, ergotherapie, logopedie en maatschappelijk werk.
De eerste keer voelde onwennig. “Het was een nieuwe wereld. Je weet niet goed wat je te wachten staat.”
Zijn doel was duidelijk: terug naar het niveau van vóór het herseninfarct. Maar zijn balans, controle en spraak waren minder. Ook merkte hij dat hij nog maar één ding tegelijk kon.
Bij fysiotherapie kwamen de emoties los. “Ik heb daar veel gehuild, maar ook heel veel gelachen.”
Omdat Andries van basketbal houdt, gebruikte zijn fysiotherapeut dat in de behandeling. Dat hielp. Het maakte de oefeningen herkenbaar en gaf plezier terug, ook al was het confronterend om te merken hoeveel niet meer vanzelf ging.
Ook ergotherapie was nieuw voor hem. “Ik wist eerst niet eens wat een ergotherapeut deed.” Daar oefende hij met praktische situaties, balans en concentratie.
Leren omgaan met restklachten na een beroerte
Ondanks het advies om niet te werken tijdens de revalidatie, wilde Andries dat graag proberen. Achteraf weet hij dat dat te snel was. De confrontatie was groot. “Ik kwam daar en wist meteen: ik moet hier zo snel mogelijk weg."
Langzaam leerde hij dat herstel niet alleen gaat over oefenen. Het gaat ook over leren omgaan met wat anders is geworden. Andries heeft nog steeds restklachten. Hij is sneller moe, vergeet dingen, kan moeilijker prikkels verwerken en moet zich richten op één ding tegelijk.
Een belangrijk resultaat van de revalidatie is dat hij zijn grenzen beter herkent.
“Vroeger pakte ik alles aan. Nu kan ik vóór mijn grens nee zeggen.”
Leven met NAH: na de revalidatie ben je nog niet klaar
Toen de behandeling bij Klimmendaal stopte, merkte Andries dat zijn proces nog niet klaar was. Hij ging verder in gesprek met de praktijkondersteuner van de huisarts en bleef zoeken naar wat nog wél kon.
Zo doet hij nu vrijwilligerswerk in een verpleeghuis. Daar ontdekte hij opnieuw hoe belangrijk contact met mensen voor hem is. Door een rolstoel te duwen, voelde hij zich stabieler tijdens het lopen.
Een boek schrijven over herstel na een herseninfarct
Het idee voor zijn boek ontstond later. Bij het NAH-café hoorde Andries iemand vertellen over een boek dat hij had geschreven. Dat zette iets in gang. Ook bij Klimmendaal had een behandelaar tegen hem gezegd: schrijf het eens van je af, als dat lukt.
Praten deed Andries veel. Maar over gevoel praten vond hij moeilijker. Schrijven lukte wél.
“Net zoals een stotteraar wel kan zingen, kon ik wel schrijven. Dit moest eruit.”
In zijn boek blikt hij terug op zijn leven vóór en na het herseninfarct. Hij schrijft over verlies, veerkracht en opnieuw leren leven. Niet alleen voor zichzelf, maar ook voor anderen.
“Mezelf heb ik al geholpen. Nu hoop ik vooral andere mensen te helpen.”
Het boek kreeg veel reacties en bestellingen en al snel volgde een tweede druk. Andries is verbaasd over de belangstelling en ook trots.
Hulp accepteren na hersenletsel
Hulp vragen en accepteren blijft moeilijk voor Andries. Hij werd afhankelijker van anderen dan hij gewend was. Toch leerde hij dat hulp ook nodig is om verder te komen. Zijn gezin speelde daarin een grote rol. Zijn vrouw en kinderen gaven hem kracht. Tegelijk weet Andries dat ook voor hen veel veranderde.
“Zij hebben een andere vader en man teruggekregen dan ze hadden. En ze zijn er altijd voor me.”
Andries is blij met alle steun en hulp die hij kreeg.
“Ik ben heel dankbaar voor iedereen die er zo snel bij was en die me zo goed heeft geholpen. Mede door het adequate handelen van Klimmendaal ben ik gekomen waar ik nu ben.”
Niet kapot, wel veranderd
De titel van zijn boek vat veel samen. Andries is niet meer dezelfde als vóór zijn herseninfarct. Zijn werk als planner is gestopt en dat deed pijn. Maar toen hij definitief werd afgekeurd door het UWV, gaf dat ook duidelijkheid.
“Ik heb gezegd: punt, en door. Je leeft maar één keer. Niet morgen, maar nu.”
Luister naar de signalen van je lichaam
Wat Andries anderen vooral wil meegeven, is om goed naar je lichaam te luisteren. Achteraf ziet hij dat er vóór zijn herseninfarct al signalen waren. Stress, perfectionisme, ongezond eten, roken, altijd maar doorgaan. Een jaar voor het infarct kreeg hij een burn-out.
“Denk niet te snel: ik kan wel weer. Luisteren naar signalen is zo belangrijk.”
Andries ziet dat de afgelopen jaren hem veel hebben gekost, maar ook iets hebben opgeleverd. Hij leeft nu meer in fases. Soms is er terugval, soms gaat iets ineens beter. Maar als hij langer terugkijkt, ziet hij vooral vooruitgang.
“Zelfs wanneer het leven totaal anders loopt dan gepland, zijn er altijd manieren om door te gaan. Niet zoals vroeger, maar op een nieuwe manier.”
